dinsdag 9 april 2013

David Van Reybrouck wint Franse Prix Aujourd'hui

De Franse literatuurprijs "Prix Ajourd'hui" gaat dit jaar naar de Vlaamse schrijver David Van Reybrouck voor zijn boek Congo : een geschiedenis. De bekroning werd vandaag bekendgemaakt.

Woensdag wordt de winnaar op het gemeentehuis van het zesde Parijse arrondissement verwacht om de prijs in ontvangst te nemen. De prijs bestaat uit een geldsom van 45.000 euro.

Foto cop. Fred Ernst
De Prix Aujourd'hui bestaat sinds 1962 en bekroont een politiek of historisch werk over de  hedendaagse tijd, geschreven door een Franse of buitenlandse auteur, maar in Frankrijk in het Frans uitgegeven.

Eerder won David Van Reybrouck onder andere ook al de AKO Literatuurprijs voor hetzelfde boek.

maandag 8 april 2013

Bart Moeyaert wint voor de zesde keer de Boekenleeuw

De Vlaamse jeugdauteur Bart Moeyaert won vorige zaterdag zijn zesde Boekenleeuw. Dat is de prijs voor het beste jeugdboek. De Boekenpauw, voor het mooist geïllustreerde jeugdboek, ging voor de tweede keer naar Tom Schamp.


Bart Moeyaert wint de Boekenleeuw voor zijn boek 'Wie Klopt daar?', een eigen versie van het Sinterklaasverhaal. "Het stilistisch sterkste boek van het afgelopen jaar. Een boek waarin elk woord gewikt en gewogen is, elke zin precies staat waar hij moet staan", zo klonk het oordeel van de jury. "Je moet het maar doen, zo je eigen stempel weten te drukken op een klassiek en zeer bekend verhaal." Moeyaert, die ook al in 1992, 1996, 2000, 2004 en 2012 bekroond werd, krijgt als laureaat een bedrag van 10.000 euro.

Daarnaast bekroonde de jury nog twee auteurs met een Boekenwelp. Die eervolle vermeldingen gingen naar Gerda Dendooven voor Takkenkind', en naar Michael De Cock, die zowel voor 'Rosie en Moussa: de brief van papa' als voor 'Hannibal' een Boekenwelp won.

De Boekenpauw voor het mooist geïllustreerde jeugdboek ging dan weer naar Tom Schamp, voor 'Het leukste abc ter wereld'. "Het is ronduit verbluffend en spannend wat hij hier doet met letters. De fantasie, de grapjes, de verhalen, de vondsten en de kleuren die van elke pagina spatten, doen je naar adem happen", aldus de jury. Schamp won deze prijs eerder al in 2008. Hij ontvangt eveneens een geldprijs van 10.000 euro.

De Boekenpluim (een eervolle vermelding) ging naar de illustratoren Mattias De Leeuw ('De steltenloper') en Sabien Clement ('Mijn oma is van peperkoek').

Juryvoorzitster Ilse Van Hoecke reikte de prijzen uit in het Kursaal van Oostende.

donderdag 4 april 2013

Bekijk hier de foto's van de workshop Klinkklank

Workshop Mama kwijt

Op woensdag 3 april konden kleuters in de Letterdief deelnemen aan een workshop van Klinkklank. In de workshop werd het verhaal ‘Mama kwijt’ verteld, maar wel op een bijzondere manier: de kleuters namen zelf deel aan het verhaal, door liedjes te zingen, muziek te maken, te dansen. Het werd een namiddag om van te genieten!

Bekijk hier de foto's:

bibzwevegem's Workshop Klinkklank album on Photobucket

Kleuters van de derde kleuterklas kiezen het mooiste prentenboek

Voor het eerst deden de kinderen van de 3e kleuterklas in Zwevegem mee aan de Kinder- en Jeugdjury. Enkele kleuterjuffen van Heestert, Moen, de Kappaertschool en Te Winckele tekenden in op dit nieuw initiatief van onze bib. Ze kregen de 10 voorgeselecteerde boeken van de Kinder- en jeugdjury en kozen daaruit het mooiste boek.

De kleuterjuffen werkten rond deze 10 prentenboeken en iedere kleuter koos individueel zijn voorkeur van 1 tot 10, een hele opgave voor juf én kleuter. Alle kleuters slaagden in de opdracht!

Tot de favoriete boeken behoorden:
Jojo het slangenmeisje van Annemarie van Haeringen
Boem van Leo Timmers
Léon gromt van Riske Lemmens
Juffrouw van Zanten en de zeven rovers van Mathilde Stein
De grote boze wolf was helemaal niet boos van Jonas Boets

Om het project af te sluiten, vond in elke deelnemende klas (of op de bibus) een feestje plaats.
Bekijk hier de foto's!

bibzwevegem's KJV kleuters album on Photobucket

donderdag 14 maart 2013

Loewies verhaal loopt ten einde...

9. Terug in de bib

Daar stond hij. Naast Janne. In het boekenkamertje van de bib. Met zijn gewone kleren aan. Hoelang was hij weggeweest? Het leek wel meer dan honderd jaar. Zeven levens had hij geleefd. Hij voelde aan de amulet, die was er nog. Maar de steen lichtte niet meer op.
‘Janne, wat is er precies gebeurd? Hoe lang ben ik weggeweest?' ‘Je bent helemaal niet weggeweest,' antwoordde Janne verwonderd. ‘Je was hier de hele tijd. Maar je was zo verdiept in het verhaal. Het was alsof je van de aardbodem verdwenen was. Alleen wanneer je aan je amulet draaide en mij een vraag stelde, luisterde je even naar wat ik te vertellen had. Gelukkig vond ik de juiste boeken waarin ik het juiste antwoord kon terugvinden. Was het eng?'
Loewie knikte: ‘Soms wel. Maar het was ook het spannendste dat ik ooit heb meegemaakt. Ik kon mijn angst in het donker overwinnen en heb gedwaald door het bos van de holenbeer, ik werd bijna levend begraven in een piramide, maar vond mijn weg terug in het doolhof. Een reus met één oog wilde in mijn billen happen, maar we waren hem te slim af. Ik heb een drakenkop voor een vikingschip gemaakt, heb geroofd en geplunderd, maar ik heb niemand gedood. Ik was bijna getrouwd met een meisje van vijf, en dat vond ik maar niks. Ik weet wat het ei van Columbus is en heb ook nog een raadsel opgelost en echte Indianen gezien. En ik heb grote honger gehad. Nu trouwens nog steeds...' Hij wreef over zijn rommelende buik.'
‘Je hebt je dit allemaal ingebeeld,' zei Janne die vond dat haar broertje wel erg overdreef. Loewie bekeek zichzelf in de spiegel en zag het blauwe oog. ‘En dit dan?' vroeg hij. ‘Dit blauwe oog heb ik te danken aan de zoon van Christoffel Columbus die me niet wilde geloven.'
‘Ach, jij! Jij hebt om de haverklap een blauw oog. Je zult vanmorgen wel weer tegen een kast zijn aangelopen of gisteren een voetbal tegen je oog hebben gekregen.' ‘Mijn billen zijn ook blauw, van de vlegel op mijn achterste. Wil je het zien?'
Janne schudde haar hoofd. ‘Ik heb geen interesse in de kleur van je achterwerk. Hou jij je broek maar aan.' ‘Waarom geloof je me niet? Ik heb werkelijk een reis doorheen de tijd gemaakt,' sputterde hij. Al kibbelend verlieten ze het kamertje.
Loewie zag op de klok dat ze precies een uur in het kamertje waren gebleven. Het was net alsof hij had gedroomd. Levensechte dromen. Waar tijd niet bestond. Of nee, waar tijd anders was. Hij had op een uur zoveel geleerd en zoveel werelden ontdekt!
Opa stond op een laddertje en versierde de bib met vlaggetjes waarop ‘Jeugdboekenweek' stond. Opa keek op en knipoogde naar zijn kleinzoon‘Je bent terug zie ik. Hoe was het daar?' ‘Veel oude en vergeten boeken,' antwoordde Janne. ‘En Loewie die er met zijn neus in stak.'Opa keek Loewie onderzoekend aan. ‘Het was heel spannend, opa,' sprak Loewie. ‘Ik ben in andere werelden terecht gekomen. Ik heb een reis door de tijd gemaakt. Maar Janne gelooft mij niet.'
Opa grinnikte. ‘Ik geloof je wel Loewie. Ik heb het lang geleden ook meegemaakt. Sommige boeken lijken eeuwig te bestaan.' ‘Hebt u ook het boek met de amulet gelezen, opa?' vroeg Loewie ongelovig. Opa knikte: ‘Ik weet niet of het hetzelfde boek was. Maar ik weet wel dat ik van de wereld verdween als ik in een boek verzeild geraakte. Een verhaal is een verhaal. Vertellen, tekenen, schrijven en lezen. Het zijn allemaal deurtjes naar een andere wereld waar je even in kunt verblijven, maar waar je gelukkig ook veilig uit weg kunt geraken.'
Janne keek van opa naar haar broer en vroeg: ‘Loewie, wat was het leukste dat je hebt gelezen? 'Loewie moest niet lang nadenken. ‘Je zult het misschien vreemd vinden, maar mijn verblijf in het arme huis vond ik het leukste. Ik heb daar een filmpje uitgevonden en ik wist opeens hoe je een boek kon maken. Ik ontdekte hoe leuk het was om verhalen te vertellen! Mijn broertjes en zusjes werden er blij van.' ‘En weet je ook hoe het verhaal verder ging?' vroeg opa die van het laddertje kwam. Loewie knikte: ‘Ik wilde heel veel boeken maken. Zoveel dat ik ze kon uitlenen aan alle kinderen in de straat die geen geld hadden om boeken te kopen. Ik zou zeleren lezen en hen op die manier gelukkig maken. ‘
‘En wat was het engste?' wilde Janne weten. Loewie twijfelde en moest er over nadenken. ‘Een dier doden vond ik vreselijk, net als het plunderen bij de Vikingen. Trouwen met een vijfjarige snotneus vond ik ook maar niets. Maar dankzij het antwoord van Janne kon ik naar het klooster. En daar zijn heel veel boeken,' glunderde hij.
Opa zette zich aan de balie en nam de boeken aan die kinderen terugbrachten. ‘Ik heb de weddenschap verloren Loewie. Vanavond gaan we naar de biscoop.' Loewie klapte in zijn handen, ging even op zijn handen staan, verloor zijn evenwicht en kwam op zijn pijnlijke blauwe billen terecht. ‘Ik mag de film uitkiezen hé opa? Ze spelen ‘Het oneindige verhaal'. En morgen kom ik terug naar hier. Ik wil een spannend boek uitkiezen en misschien maak ik er thuis wel tekeningen bij.
Die middag wist Loewie wat hij moest doen. Hij maakte een tekenfilmpje over een ridder van niks die een klap van een vlegel kreeg.
Einde

OPDRACHT

Januari 2050... Je gaat naar de bib. Wat neem je mee naar huis?

Het antwoord op deze vraag kun je sturen naar bibliotheek@zwevegem.be. Je kunt het ook posten op onze facebookpagina of reageren op dit blogbericht en ons zo je antwoord bezorgen.

Vond je het een leuk verhaal? Laat ons weten wat je ervan vond!

Louis maakt een film

8. Louis en het geheim van de film

Loewie wreef over zijn oog. Dat was raak! De huid rond zijn oog tintelde. Straks zou het blauw kleuren, wist hij. Hij keek om zich heen. Jeetje, waar was hij nu terecht gekomen? Een vrouw met rode haren stond gebogen over een wastobbe. Tegen het raam was papier vastgekleefd. Er brandde een klein vuur in een potkacheltje, maar het gaf nauwelijks warmte. Op de vloer speelden vier kinderen tussen drie en zeven jaar met enkele steentjes en lapjes stof. Ze droegen kleren die tot op de draad waren versleten. In een mand lag een baby. Was hij de oudste van dit gezin? In de alkoof, een klein vertrekje, tegen de muur lag een bleke jongen. Hij hoestte en zijn magere schouders schokten onder het veel te dunne dekentje dat gaten vertoonde.
‘Louis, hoe kom je aan dat blauwe oog? Heb je weer gevochten?' vroeg de vrouw aan de tobbe. Louis haalde zijn schouders op. De waarheid was het beste antwoord, vermoedde hij. ‘Ik kon er niets aan doen...eh, moeder. Een andere jongen sloeg me, zonder reden.' ‘Daar geloof ik niets van,' antwoordde zijn moeder nors. ‘Er is altijd een reden. Heb je misschien iets doms gezegd?' ‘Ik heb alleen de waarheid gezegd, moeder.'
‘Jij moet je mond houden, zoon. Ik wil niet dat jij je werk verliest in de fabriek. Jij en Dries zijn sinds vaders dood mijn enige kostwinners. Nu Dries ziek is geworden, heb ik nauwelijks genoeg om brood te kopen. Ik wil dat Jules ook in de fabriek begint te werken en daar moet jij voor zorgen.'
Toen de kinderen het woord brood hoorden, begonnen ze te jengelen. ‘We hebben honger!' ‘Louis, doe me een plezier, ga even met de kinderen naar buiten, zodat Dries wat kan slapen!'
Loewie nam zijn twee broertjes en zusjes bij de hand en verliet het kleine huis. Het stond vlakbij de grote aardewerkfabriek waar hij zes dagen per week moest werken van 7u 's morgens tot 7u 's avonds. Met een fijn penseel moest hij op ieder bord en kopje, aan een hoog tempo, lijntjes en krulletjes schilderen. Soms wilde hij leuke tekeningen maken, maar dat mocht niet. Het was niet eerlijk. Kinderen van rijke mensen mochten naar school gaan. Ze kregen echte boeken, met leuke plaatjes in. Ze mochten lezen in plaats van werken. Moest hij een echt boek hebben, zou hij aan de kleintjes kunnen voorlezen. Zo konden ze even ontsnappen uit hun armoedige leventje.
Loewie zuchtte. Hij was de enige in huis die kon lezen. Zijn moeder had het nooit geleerd. Het enige leesbare in het huis, waren de stukken oud krantenpapier tegen de kapotte ruiten. Hij wilde hier weg, maar niet zonder eerst iets te doen aan de bedrukte gezichtjes van zijn jongere broertjes en zusjes.
Ze kwamen in de hoofdstraat en de kinderen holden naar de kiosk, waar sinds kort stomme films werden gedraaid. In de vitrine hingen plaatjes over een maangezicht waarop in het oog een raket was terechtgekomen. ‘Louis, wij willen zo graag een film zien!' zeurden ze. Loewie graaide in de zak van zijn versleten vestje. Niets. Jules bromde: ‘Films is alleen voor rijke mensen, niet voor ons.'
Dit kan niet, dacht Loewie. Ik moet iets verzinnen om op deze regenachtige novemberzondag de kinderen wat plezier te bezorgen. Janne moet me helpen. Hij draaide aan de amulet en vertelde aan Janne over de wereld waarin hij was aanbeland. Janne moest op zoek naar een ander boek in de bib. Eindelijk klonk haar antwoord. ‘Loewie, ik weet hoe je de kinderen een filmpje kunt laten zien... en een boekje! Hij luisterde aandachtig naar haar aanwijzingen. Zijn lege maag rammelde, maar Loewie zocht het kleine huis af op zoek naar papier en potlood. Gelukkig lagen er nog enkele vellen bruin papier dat moeder gebruikte om het gebarsten vensterglas mee af te plakken. In de keukenlade lag een stompje huishoudpotlood.
Met het keukenmes sleep hij een scherpe punt. Vervolgens knipte hij het papier in kleine rechthoekjes van 5 op 10 cm en legde ze op elkaar totdat het leek op een klein boekje En nu begon het leuke werk. Loewie wist dat hij goed kon tekenen. Op het eerste blaadje tekende hij een hol waarin een beertje sliep met daarvoor enkele bloemen in het gras. De maan stond er pal boven. Op het tweede papiertje tekende hij hetzelfde hol met hetzelfde beertje, met een oogje open en het maantje dat al iets meer naar links schoof. Op de volgende plaatjes kwamen er steeds kleine verschillen bij. ‘Louis, jij tekent bijna altijd hetzelfde,' zeurde de zesjarige Truus. ‘Wacht maar af, straks zal alles tot leven komen.' zei Loewie. Na een uur had hij ongeveer dertig kleine plaatjes getekend. ‘Goed kijken, nu komt het filmpje!'
De kinderen vochten om een plaatsje vlak naast hem. Loewie hield het boekje in zijn linkerhand. ‘Let goed op, want het is zo voorbij!' Met zijn rechterhand liet hij de blaadjes wapperen, zoals je met een spel kaarten doet voor het schudden. De kinderen zagen hoe het beertje wakker werd, even geeuwde en toen rechtop ging staan. Het maantje verdween en de zon kwam op. De bloemetjes openden langzaam hun blaadjes. Hij vertelde daarbij over het kleine beertje. ‘Ohh, Louis! Zo mooi! Is dit een film?'riep Jules. ‘Jij kunt toveren!' fluisterde Truus. ‘Ik wil iedere dag leuke plaatjes zien!' ‘En ik wil iedere dag verhalen,' zei Jules, ‘Louis kan ze uit zijn duim zuigen.'
‘Nu is Dries aan de beurt!' sprak Loewie. Zijn zieke broertje kreeg rode wangen toen Loewie keer op keer zijn tekenfilmpje toonde. ‘Je film is ook een boekje!' riep Dries vrolijk. ‘Ja,' zei Loewie, ‘en misschien is ieder boek en ieder verhaal ook een beetje een film.'
Die avond vertelde hij voor het slapen gaan verder over het beertje. De kinderen konden er niet genoeg van krijgen. En Loewie besloot omde volgende dag een echt boekje te schrijvenmet getekende prentjes. Misschien kon hij wel een vervolgverhaal maken? En daarna nog een boekje maken. En nog een... Tot het huis vol was met boeken voor iedereen. En later kon hij schrijver worden en zelf zijn prenten maken. Dan mocht iedereen naar zijn huis komen om de boeken te lenen en te lezen. Misschien kon hij wel... Loewie kon niet verder denken:de amulet lichtte op.

OPDRACHT:

Verzin een uitvinding om de tijd sneller/trager te laten voorbijgaan

Het antwoord op deze vraag kun je sturen naar bibliotheek@zwevegem.be. Je kunt het ook posten op onze facebookpagina of reageren op dit blogbericht en ons zo je antwoord bezorgen.

Zo meteen de laatste aflevering!
Je kunt het verhaal van Loewie en de opdrachten ook volgen op de website van de bib.

Loewie gaat op ontdekkingsreis

7. Lodewijk geraakt het noorden niet kwijt en ziet sterretjes

Hoe lang zat hij al op dit karveel? Hij leek wel in een droom te zijn aanbeland. Loewie keek naar de uitgestrekte zee en haalde opgelucht adem. Ze hadden net geen schipbreuk geleden. Rond het schip sprongen de dolfijnen.
Loewie dacht weer aan die dag in augustus. In een rijkelijk aangeklede kamer stond een tafel met de lekkerste dingen. Pasteien, vruchten en amandelkoeken lagen op tinnen schotels. Naast hem zat een jongen net zo deftig gekleed als hijzelf. Hij trok aan de mouw van zijn vader. ‘Toe vader, mag mijn vriend Lodewijk mee? Dan is er toch iemand van mijn leeftijd bij! Hij wil ook graag zeevaarder worden.'

Ik? Dacht Loewie. Geen sprake van! Ik wil tekenaar worden. Maar hij kreeg de kans niet om te antwoorden. De man aan het hoofd van de tafel bekeek Loewie aandachtig en antwoordde.

‘Diego, je vriend mag mee als hij bewijst dat hij slim genoeg is.' Loewie herkende de man. Jeetje, het was Christoffel Columbus! De voorbije zomer had zijn vader een beeld aangewezen toen ze op vakantie waren in Spanje. Precies hetzelfde hoofd en dezelfde mantel. Columbus nam een ongepeld ei van de schaal en toonde het.

‘Kan iemand me vertellen, hoe ik dit ei kan laten rechtstaan zonder dat het omvalt?' Er viel eenstilte aan de tafel. Iedereen zocht een oplossing, maar niemand wist het. Loewie herinnerde zich dit raadsel uit een spelletjesboek en hij antwoordde: ‘Dat is poepsimpel... Ik zal het u tonen.'Hij tikte het bolle gedeelte van het hardgekookte ei op de tafel zodat het een deuk kreeg en hijzette het ei recht op de geblutste kant. De gasten aan de tafel gromden een beetje dat het niet eerlijk was, maar Columbus glimlachte.

‘Lodewijk, jij hebt bewezen dat je snugger bent. Vaak ligt de oplossing vlak voor onze neus. Je mag mee met Diego en ik zal jullie leren kaartlezen en het kompas gebruiken. We varen volgende week uit met de Nina, de Pinta en de Santa Maria. Ik wil Indië ontdekken.'

Loewie wist niet of hij blij moest zijn of niet. Het liefst wilde hij gewoon terug naar de bib van zijn opa, waar Janne zat te wachten. Maar hij kon niet weg, hij zat gevangen in het boek dat hij tot het einde moest uitlezen. Een boek vol gevaren. Een boek met andere tijden en andere werelden. Hij kon alleen door een raadsel op te lossen van dit schip af geraken.

Zoals beloofd leerde Columbus hen het kaartlezen. Diego keek verwonderd naar de rol Perkament die werd uitgerold en waarop de werelddelen stonden aangeduid. Loewie had nog nooit een kaart bestudeerd. Sinds zijn vader een GPS had in de wagen, bleef de kaart in het handschoenkastje. Ze leerden ook hoe het kompas werkte. Het ding leek op een antieke klok met middenin een soort stervorm getekend. Columbus vertelde over de wijzers en de stand van de zon en de sterren, maar Loewie begreep er maar de helft van.

Diego leek er niets van te begrijpen. Columbus glimlachte, legde een doek over het kompas, en zei: ‘Zo jongens, ik ga even naar de kombuis. Jullie moeten ondertussen een raadsel oplossen. Hoe kan ik naar het Noorden varen als het kompas stuk is? Dit heb ik ooit meegemaakt en na lang zoeken vonden we de oplossing.' Hij verliet de kamer.

Loewie herinnerde zich vaag iets over een zelfgemaakt kompas toen hij op kamp was met de scouts, maar hoe werkte dit ook alweer? Hij draaide aan de amulet.

Deze keer moest hij niet lang wachten. Zijn zus vond het antwoord vlug. Diego keek een beetje schuw naar de lichtende amulet. Hij vond zijn vriend Lodewijk soms wel een beetje vreemd.

Even later kwam Columbus terug binnen: ‘Zo, weten jullie hoe ik in het Noorden geraak zonder kompas?' Loewie knikte trots. ‘Heer, om een kompas te maken neem ik een naald en wrijf hem enkele keren over een magneetsteen zodat hij magnetisch wordt. In een schaaltje water, leg ik een rond en ingevet stukje perkamentpapier. De magnetische naald wordt daarop gelegd. De ene kant zal naar het Noorden wijzen en de andere kant naar het Zuiden. Dan steek ik mijn hoofd door de patrijspoort en kijk 's middags waar de zon staat. De naald zal nu met één kant naar de zon wijzen, het zuiden en zo weet ik ook waar de noordkant is. 's Nachts zal de poolster mij het Noorden aanwijzen.'

Diego luisterde met open mond naar Loewie. ‘Jij bent een tovenaarsleerling!' fluisterde hij verbaasd. Ook Columbus keek verwonderd. ‘Lodewijk, voor een negenjarige weet jij echt wel veel. Wie heeft je dit geleerd? Ben jij een helderziende?' Diego staarde naar Loewie alsof hij een geest was.

‘Hout in zicht! Hout in zicht!' De stem van een zeevaarder bracht Columbus terug met beide benen op de grond. Iedereen snelde naar het voorsteven, Columbus aan kop. In het water dreven bamboeachtige stokken. Dit betekende dat er vasteland in de buurt was. Toen de mist was opgetrokken zagen ze het strand en de hoge palmbomen. Met sloepen gingen ze aan land. Loewie en Diego zaten bij Columbus in de sloep. Ze hadden nog maar nauwelijks enkele voeten op het strand gezet of naakte mannen, met een veer op hun hoofd, kwamen hen tegemoet gelopen.

Columbus opende zijn beide armen, liet zich op zijn knieën zakken en kuste de grond. ‘Ik heb Indië ontdekt!!!' riep hij ontroerd. Diego keek trots naar zijn vader. ‘Mijn vader is de beste zeevaarder ooit.'

Loewie boog zich naar hem toe en fluisterde in zijn oor: ‘Je vader heeft het mis. Dit is niet Indië. Dit is Amerika. En hij zal van hier tomaten, paprika, aardappelen, maïs, katoen en tabak meenemen.' Diego keek Loewie boos aan: ‘Stop met mijn vader te beledigen! En jouw rare tovenaarswoorden zoals totamen, jamis, kakoen, kabak en al die andere gekke klanken wil ik niet meer horen. Wat voor iemand ben jij eigenlijk? Ga uit mijn buurt of ik...'

De vuist van Diego schoot uit. Boink! Tegen Loewie's oog. Er verschenen sterretjes om zijn hoofd. En toen lichtte de amulet op...

OPDRACHT

Je gaat drie maanden op ontdekkingsreis. Wat neem je mee? Je mag iemand meenemen, wie neem je mee?

Het antwoord op deze vraag kun je sturen naar bibliotheek@zwevegem.be. Je kunt het ook posten op onze facebookpagina of reageren op dit blogbericht en ons zo je antwoord bezorgen.

Zo meteen nog afleveringen 8 en 9.
Je kunt het verhaal van Loewie en de opdrachten ook volgen op de website van de bib.